Voortgang huisvesting Statushouders
donderdag 22 september 2016 Dat de opvang van vluchtelingen een onderwerp is dat zorgvuldigheid en aandacht vraagt, mag duidelijk zijn. Eenvoudige oplossingen zijn er niet. Constructief meedenken helpt wel. In juli 2015 stelden wij schriftelijke vragen aan het college over de huisvesting van statushouders.
Dit zijn mensen die een verblijfsvergunning hebben maar nog steeds in de vluchtelingenopvang wonen omdat er geen woonruimte voor hen beschikbaar is. Hierdoor nemen zij plaatsen in die eigenlijk bedoeld zijn voor nieuwe vluchtelingen. Wij constateerden dat de gemeenten in Flevoland niet voldeden aan hun taakstelling ten aanzien van de huisvesting van deze statushouders. We vroegen daarom het college extra aandacht te geven aan hun toezichthoudende rol en actief in gesprek met de gemeenten te gaan.
We zijn erg blij dat dit is opgepakt en dat het college, waar nodig, de vinger aan de pols houdt, meedenkt en aanmaant tot maatregelen. Uit een recente rapportage blijkt dat de situatie in de meeste gemeenten is verbeterd. Zeewolde en Urk voldoen aan de taakstelling, Dronten en Lelystad hebben hun achterstand voor een deel weggewerkt. Het college beoordeelt deze gemeenten als ‘adequaat’. Omdat de gemeenten Noordoostpolder en Almere een iets grotere achterstand hebben dan vorig jaar (maar wel een heel aantal mensen hebben kunnen huisvesten) worden deze gemeenten getypeerd als: ‘redelijk adequaat’. Dit houdt in dat er nog toezicht wordt gehouden en dat er bestuurlijke afspraken zijn gemaakt.
Wij zijn erg blij dat de gemeenten erin slagen deze taak uit te voeren zodat mensen die hier mogen blijven, ook de kans krijgen een bestaan op te bouwen. Het college heeft toegezegd ons enkele malen per jaar te informeren; wij blijven dit uiteraard met belangstelling volgen.
Hieronder vindt u de door ons gestelde vragen met de antwoorden, evenals de genoemde rapportage.