Bijdrage omgevingsplan

ChristenUnie-bijdrage bij vaststelling omgevingsplan

 

Meneer de voorzitter, geachte leden van GS, collega statenleden en geachte aanwezigen,

 

Wie herinnert zich 11 maart 2004 nog?  Het was de dag waarop PS van Flevoland de Bestuursopdracht Omgevingsplan Flevoland 2006 hebben vastgesteld. Het begin van een proces, waarbij veel aanwezigen in deze zaal als inwoner, vertegenwoordiger van een belangenorganisatie , ambtenaar, bestuurder of volksvertegenwoordiger betrokken zijn geweest. Vandaag wordt het belangrijkste deel van het proces afgerond, en juist daarom wil ik met u terug naar de bestuursopdracht. In de bestuursopdracht hebben Provinciale Staten aan gedeputeerde staten opdracht verstrekt tot het opstellen van een nieuw plan voor –ik citeer- ‘het handhaven en zo mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Flevoland, door het mede richting geven aan de maatschappelijke ontwikkeling in termen van ruimte, economie, sociale en culturele structuur, milieu en ecologie’. In de bestuursopdracht is verder aangegeven op welke wijze, met welke middelen en binnen welke randvoorwaarden het plan moet worden gemaakt.  In de wetenschap dat de bestuursopdracht met statenbrede steun is verstrekt, wil ik vandaag een aantal uitgangspunten en procesvereisten toch kort met u langslopen.

 

Zoals in de bestuursopdracht met elkaar afgesproken bevat het ontwerp-omgevingsplan een visiedeel, een beleidskader en een uitvoeringsagenda, aangepast en gebaseerd op actuele opgaven voor het beleid. Samen met een nieuwe en op de opgave afgestemde bestuursstijl brengt het nieuwe omgevingsplan veel goeds: de provincie ontwikkelt zich (tenminste: wil zich ontwikkelen) tot een gebiedsregiseur die als ontwikkelings- en uitvoeringsgerichte partner bij wil dragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Onder het motto ‘sturen op kwaliteit’ wil de provincie meer ruimte geven aan de gebiedspartners en er wordt een hoge omgevingskwaliteit nagestreefd. Los van een aantal inhoudelijke opmerkingen die de ChristenUnie in het vervolg van deze bijdrage nog wil maken, herkennen wij ons in deze omslag en menen dat de eerste, voorzichtige stappen in de goede richting zijn gezet.


In de bestuursopdracht wordt verder gesproken over integratie van beleid en planverdunning. Zoals een aantal van u zich zal kunnen herinneren, is het tekort aan integraliteit één van onze opmerkingen met betrekking tot het eerste omgevingsplan geweest. Hoewel in het nieuwe omgevingsplan op dit punt ook duidelijk vooruitgang is geboekt, zijn naar ons oordeel de mogelijkheden om met het ruimtelijk beleid verdergaand bij te dragen aan de sociale kwaliteit nog niet uitputtend gebruikt. Bij de uitwerking en uitvoering van het tweede omgevingsplan zal daarom met de gemeenten verdergaand gezocht moeten worden naar versterking van de sociale samenhang en de kwaliteit van onze leefomgeving. Een praktisch voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld het voortbestaan van voorzieningen in de dorpen, die onder druk zijn komen te staan door het ontbreken van voldoende massa. De ChristenUnie vertrouwt er op dat gemeenten en provincie de ruimte die het nieuwe omgevingsplan biedt ook zullen gebruiken voor het behoudt van deze voorzieningen.

Integraliteit heeft niet alleen te maken met de planbeschrijving, maar ook met de uitvoering. Wij zien een doorwerking van de speerpuntsgewijze benadering van maatschappelijke opgaven dan ook als een goede aanzet om ook in de organisatie tot een meer integrale werkwijze te komen.

 

Voorzitter, in de bestuursopdracht hebben provinciale staten zich ook uitgesproken over de vereisten voor het planproces. Ik citeer uit de bestuursopdracht: ‘het planproces is gericht op het verwerven van draagvlak. Daartoe wordt de planvorming begeleid door een goede communicatie met gebiedspartners, inwoners van Flevoland en overige belanghebbenden’. De aanwezigheid van een grote groep burgers, die vandaag, maar ook in de afgelopen maanden duidelijk blijk hebben gegeven van hun ongenoegen over de wijze waarop het college van Gedeputeerde Staten heeft gecommuniceerd over de planontwikkeling in het algemeen en het OostvaarderWold in het bijzonder, kan niet tot een andere conclusie leiden dan dat het college voor dit onderdeel van de bestuursopdracht heeft gefaald. Natuurlijk brengt het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid met zich mee dat op onderdelen keuzes gemaakt moeten worden die niet door iedereen gedeeld worden. Dat laat echter onverlet dat het afwegingskader en de motivering van de gemaakte keuzes aan iedereen uitgelegd moet kunnen worden.  Wie dat niet wil of kan uitleggen, kan ook niet zeggen dat er optimaal is geïnvesteerd in het verwerven van draagvlak. Sterker nog: wie dat niet wil of kan uitleggen, heeft het maatschappelijk verzet over zichzelf afgeroepen. Wie dat niet wil of kan uitleggen, diskwalificeert zich bij voorbaat als partner van mede-overheden. De fractie van de ChristenUnie keurt de handelwijze van het college met betrekking tot de wijze waarop met belanghebbenden over het project OostvaardersWold is gecommuniceerd af, en alleen al om deze reden is het niet gewenst om vandaag een besluit te nemen over een ruimtelijke reservering voor de ontwikkeling van een multifunctionele verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en het Horsterwold.

Voor de duidelijkheid, de ChristenUnie is niet zonder meer tegen de aanleg van een ecologische verbindingszone, is niet per definitie tegen verdere verstedelijking ten oosten van Almere en is ook niet tegen de realisatie van recreatiemogelijkheden in Zuid-Flevoland. Wel zijn wij tegen het van hogerhand opleggen van een opgave, zonder dat de direct betrokken burgers en overheden voldoende overtuigd zijn van deze opgave. Of heeft het door de commissie gevraagde overleg tussen gedeputeerde Bouwmeester en de direct betrokkenen de kou uit de lucht kunnen halen? Wij dienen daarom een motie in om vandaag nog geen besluit te nemen over de ruimtelijke reservering. Nu geen besluit betekent echter ook dat we op korte termijn wel een besluit moeten nemen. De oproep van burgemeester Dijkstra in de commissievergadering van 11 oktober jongstleden heeft ons ervan overtuigd dat er een plan te maken is dat wellicht nog steeds niet door iedereen gedeeld wordt, maar waarvan de medebetrokkenen nut en noodzaak wel kunnen onderkennen. In een volgende termijn zullen wij graag ingaan op de verdere argumentatie die aan dit voorstel ten grondslag ligt.

 

Voorzitter, de keuze voor een speerpuntsgewijze benadering geeft eenvoudig inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen waar de provincie de komende jaren haar bijdrage aan wil leveren. De ChristenUnie deelt deze opgaven, al zal het accent per opgave kunnen verschillen. Even belangrijk als de opgave, is ook de prioriteit die in de uitvoering aan deze speerpunten wordt gegeven. Voor de ChristenUnie wordt het afwegingskader bepaald door de mogelijkheden die er voor de provincie zijn om een toegevoegde bijdrage te leveren. Voor autonome ontwikkelingen, passend binnen het geformuleerde beleid, kan een sturende rol gericht op behoud en versterking van kwaliteit volstaan. De meest in het oog springende voorbeelden daarvan zijn de groei van Almere en de ontwikkeling van de luchthaven Lelystad. Er zijn echter ook ontwikkelingen gewenst die niet vanzelf gaan, en waaraan de provincie een nuttige bijdrage kan leveren door het initiëren, regisseren of organiseren. Met de discussie over het middenbestuur in gedachten, kan de provincie juist haar meerwaarde bewijzen door ontwikkelingen op gang te brengen die zonder haar bijdrage niet vanzelf tot stand komen. Niet in de laatste plaats denken wij daarbij aan versterking van de positie van Noord Flevoland. Tijdens het debat over de hoofdlijnennota is door verschillende fracties ingegaan op de positie van Noordoostpolder en Urk in relatie tot de schakelfunctie die Flevoland heeft. Daar waar in Almere, Lelystad en beperkte mate ook Dronten profiteren van de randstedelijke dynamiek, lijkt het erop dat Noord Flevoland de boot van de vooruitgang mist. Het is daarom belangrijk dat de beide gemeenten, provincie, bedrijfsleven en anderen snel de hand aan de ploeg zetten. Niet alleen Almere, maar ook Noord Flevoland heeft de bijzondere steun van de provincie nodig! De verdere uitwerking van dit speerpunt zullen wij met belangstelling volgen en daar waar nodig ook een constructieve bijdrage leveren.

 

Voorzitter, de ontwikkeling van de luchthaven Lelystad en de verdere groei van Almere heb ik eerder in mijn bijdrage autonome ontwikkelingen genoemd, waarbij het belangrijk is dat de provincie de kwaliteit waarborgt. Burgers in Flevoland vertrouwen erop dat wij die kwaliteit afdwingen van marktpartijen, en zelf ook een actieve bijdrage leveren. Eén van die kwaliteiten is werkgelegenheid. Hoewel de ChristenUnie  de verdere groei van de luchthaven liever niet had gezien, willen wij onze energie niet inzetten op het tegenhouden van deze ontwikkeling, maar op het optimaal profiteren in termen van werkgelegenheid en economische spin-off.

 

Temidden van de discussie over speerpunten, lijkt het erop dat het beleidskader als zodanig onder dreigt te sneeuwen. Toch willen wij op twee specifieke onderdelen nog een uitspraak van de staten vragen. Het eerste onderwerp betreft de ontwikkeling van recreatieve routes. Versterking van de positie van Flevoland als recreatieprovincie is een kansrijke ontwikkeling voor onder andere de nog steeds achterblijvende werkgelegenheid. Om een aantrekkelijke recreatieprovincie te zijn, is een compleet en gevarieerd aanbod van voorzieningen noodzakelijk. Eerder hebben wij daarvoor al een actieve rol van de provincie gevraagd met betrekking tot de fietsroutes, nu willen wij dat ook doen voor andere vormen van niet-gemotoriseerde recreatie. Met een veelheid aan terrein- en routebeheerdende organisaties kan en zal regie van de provincie bijdragen aan versterking van het aanbod. Wij zien deze regierol graag benoemd en dienen daarvoor samen met D66 een amendement in.

 

Een ander onderwerp waar de ChristenUnie al eerder aandacht voor gevraagd heeft, is de biologische landbouw. Na veelvuldig de verantwoordelijk gedeputeerde bevraagd te hebben naar zijn inzet, stelt het  college nu voor de doelstelling voor het areaal biologische landbouw te schrappen. Voor een college dat houdt van reële doelen met ambitie lijkt dit de ChristenUnie ongewenst. Met een amendement stellen wij voor om het doel op een reeel en ambitieus niveau van 8 procent te leggen, en gaan dan in een later stadium graag met het college en de staten in gesprek over de activiteiten die noodzakelijk zijn om dit doel te halen.

 

Voorzitter, een visie en een beleidskader zijn niets zonder uitvoeringsprogramma. Veel energie, tijd en geld is er de afgelopen jaren gestoken in de voorbereiding van het voorliggende ontwerp omgevingsplan. De ChristenUnie hoopt dat hetzelfde enthousiasme dat bij de totstandkoming van het plan aan de dag is gelegd, ook in de uitvoering terug zal komen. Voor een actieve uitvoering zijn wel weer nieuwe energie, tijd en geld noodzakelijk. De discussie over de financiele ruimte die de staten op korte termijn zullen voeren, kan en mag dan ook niet vrijblijvend zijn. Wij zullen daar in ieder geval een herkenbare bijdrage aan leveren.

 

Meneer de voorzitter, de ChristenUnie is met u trots op Flevoland. Wij realiseren ons terdege dat er een opgave voor de toekomst ligt, en zien met inachtneming van de gemaakte opmerkingen in het tweede omgevingsplan een goede aanzet voor de verdere ontwikkeling van onze mooie provincie.

 

 

Roelof Siepel

2 november 2006