Beantwoording Statenvragen m.b.t. Maritieme Servicehaven Urk

20161205 servicehaven Urkdonderdag 10 december 2020 11:38

Woensdag 9 december heeft het college van gedeputeerde Staten de schriftelijke vragen, die wij op vrijdag 4 december hebben gesteld, beantwoord.

Afgelopen vrijdag 4 december zijn Statenvragen binnengekomen vanuit de fractie van de CU. Met het oog op de behandeling van de stikstofwet in de Tweede Kamer op 10 december a.s. beantwoorden wij deze vragen met spoed door middel van een mededeling.

  1. Is GS nog steeds van mening dat extern salderen wel degelijk een goed instrument is om stikstofruimte te creëren om zo ontwikkelingen mogelijk te maken?

ja. Extern salderen is op dit moment een van de weinige manieren om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Andere opties zijn intern salderen (dat kan alleen als er al een bestaande vergunning is) en de ADC-methode waarbij -in een zeer beperkt aantal gevallen en onder zeer strikte voorwaarden- schade aan natuur gecompenseerd wordt.

2 Kan het college uitleggen waarom in dit specifieke geval extern salderen geen oplossing biedt voor de problematiek van de buitendijkse haven

Ja. De nieuwe maritieme servicehaven is een zogenaamde 'micro diffuse belaster*. Dat wil zeggen dat de haven leidt tot zeer kleine deposities, maar wel in grote delen van Nederland. De haven veroorzaakt in 24 stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden deposities. De maximale depositie is echter heel laag, 0,02 mol/ha/jr. De meeste bronnen waarmee extern gesaldeerd kan worden kennen een grotere, maar meer lokale stikstofdepositie. Dat betekent dat om de deposities van Maritieme Servicehaven te compenseren gesaldeerd moet worden met een grote bron (waarvan de depositie ver reikt) of met bronnen op meerdere plekken (ook buiten de provincie Flevoland). Gevolg daarvan is dat in de buurt van de salderingsbron(nen) sprake zal zijn van een grote overcompensatie (ter vergelijking: de maritieme servicehaven leidt tot deposities van maximaal 0,02 mol/ha/jr, een boerderij aan de rand van een natuurgebied veroorzaakt lokaal al snel enkele molen (meervoud van mol) depositie per hectare per jaar). Dat betekent dat extern salderen tijdrovend en inefficiënt is, nog los van de bestuurlijke gevoeligheden rond extern salderen met activiteiten in andere provincies en het feit dat niet alle provincies het extern salderen hebben opengesteld. Kortom; in het specifieke geval van de diffuse belasting van de maritieme servicehaven biedt extern salderen op korte termijn geen soelaas.

3 U schrijft in een brandbrief aan minister Schouten dat "de stikstofdepositie ten gevolge van de aanleg en het gebruik van de servicehaven is zeer gering. De maximale depositie in de gebruiksfase is 0,02 mol/ha/jr. De depositie in de aanlegfase is zelfs nog geringer". In hoeverre zijn er nog meer van dit soort vergelijkbare projecten (zgn. diffuse belasters) binnen de provincie en waar de provincie ook verantwoordelijk is voor de oplossing van dit stikstofvraagstuk?

Op dit moment is het enige andere vergelijkbare project waar de provincie zelf initiatiefnemer is de ontwikkeling van het MITC, waarbij geldt dat het MITC alleen in de aanlegfase tot kleine deposities op meerdere stikstofgevoelige Natura2000-gebieden leidt. In de gebruiksfase is alleen sprake van een kleine depositie op de Wieden. Hiervoor zoeken we een oplossing, die kan lokaal zijn.

4 Er wordt gesproken over een constructie van 'voorfinanciering' van stikstofruimte vanuit de landelijke bronmaatregelen. Hoe werkt dit precies?

Wij vragen de minister om tijdelijk stikstofruimte uit Rijksbronmaatregelen beschikbaar te stellen zodat de ontwikkeling van de maritieme servicehaven doorgang kan vinden. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van ongebruikte ruimte uit de snelheidsverlaging in het landelijke stikstofregistratiesysteem (SSRS) ten behoeve van de maritieme servicehaven. In de tussentijd zoeken wij verder naar mogelijkheden voor verduurzaming of bedrijfsverplaatsing waardoor wij verwachten op termijn wél zelf voldoende stikstofruimte te creëren. Op het moment dat dat gebeurt 'betalen we de geleende stikstofruimte terug' vanuit het regionaal stikstofregistratiesysteem door deze beschikbaar te stellen aan het Rijk. Althans, dat is ons voorstel.

5 Hoe belangrijk is het hebben van een regionaal stikstofregistratiesysteem hierbij en is de provincie Flevoland daar klaar voor en op voorbereid? Zo nee waarom niet?

Een regionaal stikstofregistratiesysteem (RSRS) is belangrijk, omdat het regionale stikstofregistratiesysteem ons de mogelijkheid biedt om vrijgemaakte en vrijgevallen stikstofruimte (boekhoudkundig) 'op te slaan'. Vrijgemaakte ruimte is ruimte die ontstaat doordat we zelf maatregelen nemen. Vrijgevallen ruimte betreft restruimte bij extern salderen. Wij zijn goed voorbereid. Gedeputeerde Staten hebben op 24 november jl. het besluit genomen om het stikstofregistratiesysteem open te stellen, zoals ook afgesproken in interprovinciaal verband. Dat betekent dat we op dit moment stikstofruimte kunnen registreren en opslaan. Over de uiteindelijke werking van het RSRS en de mogelijkheden om stikstofruimte ook weer uit te geven aan projecten die stikstofruimte nodig hebben, vindt op dit moment intensief overleg plaats tussen de provincies en het Rijk.

6 Als minister Schouten positief reageert op het verzoek van GS kon de haven dan direct open? Zo Ja wanneer en zo nee waarom niet?

Nee, voordat de haven open kan dient eerst het inpassingsplan in procedure te worden gebracht. Na het ontwerp inpassingsplan en het definitief vaststellen hiervan door Provinciale Staten, moet het inpassingsplan onherroepelijk worden. Dit is het geval indien er geen beroep tegen het definitieve inpassingsplan wordt aangetekend, dan wel dat de Raad van State positief besluit. Daarna vindt de aanbestedingsprocedure en de daadwerkelijke realisatie van de haven plaats. Alles bij elkaar neemt dat nog circa 3 a 4 jaar in beslag. De ondernemers wachten al lang op de haven. Het is dus belangrijk dat de procedure bij de Raad van State zo min mogelijk risico's in zich heeft, zodat de inpassingplanprocedure niet wederom strand met alle vertraging van dien. Daarom is het zo belangrijk om op zo kort mogelijke termijn een juridisch zekere stikstofoplossing te hebben.

7 Welke inspanningen hebben er binnen het IPO plaats gevonden om deze casus op te lossen?

De casuïstiek van de maritieme servicehaven is in een vroegtijdig stadium door de gedeputeerde stikstof in IPO-verband ingebracht en vervolgens gezamenlijk grondig uitgewerkt. De problematiek is uitgediept en alle oplossingsrichtingen zijn systematisch verkend. Vervolgens is op basis van deze casus en twee andere diffuse belaster casussen (Noord-Brabant en Groningen) geconcludeerd dat bestaande oplossingen niet goed passen in het geval van diffuse belasting (zie ook het antwoord op vraag 2). De provincies zijn voornemens om bij het ontwikkelen van het RSRS ook te zoeken naar een gezamenlijke oplossing voor dit probleem, bijvoorbeeld door het vormen van een gezamenlijke 'stlkstofspaarpot' om dergelijke microbelastingen (hele kleine deposities) uit te kunnen vergunnen. Er wordt, kortom, in IPO-verband hard gewerkt aan een oplossing. Het komen tot overeenstemming tussen alle provincies hierover en de juridische uitwerking hiervan kost echter tijd. Deze komt in het geval van de maritieme servicehaven - gezien de urgentie van duidelijkheid voor de maritieme ondernemers op Urk - echter niet op tijd.

8 In hoeverre hebben deze inspanningen ertoe geleid dat deze brandbrief/noodoproep ook wordt onderbouwd dat er echt geen andere oplossing is.

Zie vraag 7. Doordat de problematiek goed is uitgewerkt en alle oplossingsrichtingen systematisch zijn verkend ligt er In de ogen van het College van GS een uitstekende onderbouwing dat wij op de korte termijn waarop dat noodzakelijk Is geen andere oplossing kunnen vinden. Dat laat onverlet dat wij in de tussentijd verder gaan met het verkennen van mogelijkheden voor verduurzaming, verplaatsing en extern salderen, zodat er op regionaal niveau een stikstofoplossing gerealiseerd kan worden. Wij hebben inmiddels een Flevolandse Aanpak Stikstof vastgesteld en ter bespreking aan PS gezonden. Onderdeel van deze aanpak zijn acties die moeten leiden tot het vrijspelen van stikstofruimte.

9 Tijdens het AO Maritiem van donderdag 3-12-2020 zijn er aan minister Cora van Nieuwenhuizen verschillende vragen gesteld over de Maritieme Servicehaven. Klopt het dat ze in reactie hierop heeft aan gegeven dat; "Waar er een steentje kan worden bijgedragen aan de ontwikkeling van de MSNF, dan is de minister hiertoe bereid"? wat gaat u met deze toezegging doen?

Dat klopt. Wij zijn uiteraard blij met deze uitspraak en hopen dat de steun en het belang die minister Van Nieuwenhuizen toekent aan de MSNF, het gemakkelijker maakt voor de Minister van LNV om in te stemmen met het verzoek om stikstofruimte 'voor te financieren'.

10 Wat is het scenario wanneer het rijk besluit geen gehoor te geven aan het verzoek om tijdelijk stikstofruimte?

Zoals aangegeven zetten wij het verkennen van mogelijkheden voor verduurzaming, verplaatsing en extern salderen voort. Zoals aangegeven biedt dat - zoals het er nu naar uit ziet - niet tijdig soelaas. Er rest dan alleen nog de mogelijkheid van de ecologische onderbouwing (een onderbouwing waaruit blijkt dat de effecten van de maritieme servicehaven op natuur niet significant zijn) of de ADCtoets (waarbij negatieve ecologische effecten op natuur gecompenseerd moeten worden). Belde routes zijn juridische echter uitermate onzeker aangezien de maritieme servicehaven ook prioritaire habitats in andere provincies raakt en jurisprudentie nog volop in ontwikkeling is. Conform de oproep van PS om te komen met juridisch houdbare oplossingen is dit een traject wat niet onze voorkeur heeft. Het voorgestelde heeft volgens GS, maar ook de gezamenlijke provincies in het IPO, de meeste kans van slagen. Wij blijven ons uiteraard tot het maximum inspannen om de ontwikkeling van de maritieme servicehaven op zo kort mogelijke termijn doorgang te laten vinden.

 

Labels

« Terug